Geschiedenis:                                                                                                

Josephine met haar kittens       

Een niet raszuivere witte Angora poes was een van de voorouders van de Ragdoll. Deze kat, genaamd Josephine leefde rondom huis en had al een paar nakomelingen. Na een ongeluk kreeg Josephine kittens. Deze kittens hadden allemaal blauwe ogen, lang, niet viltend haar, een liefdevol karakter en bleken zeer groot te worden. Deze kittens trokken de aandacht van mevrouw Ann Baker. Mevrouw Baker begon met een fokkerslijn met een van haar Heilige Birmanen en met Josephine. Het eerste katertje genaamd Raggedy Ann Daddy Warbucks, werd teruggefokt met Josephine. Uit deze kruising werd Raggedy Ann Fugianna geboren. Raggedy Ann Fugianna werd daarna met een Burmees gekruist. De poes uit dit nest werd Buckwheat genoemd. Zij was goed gebouwd, had een dikke vacht, de oren wijd uit elkaar geplaatst en de achterpoten zichtbaar hoger dan de voorpoten. De Ragdolls hebben het bloed van Heilige Birmanen, Angora kat (Perzen) en Burmezen .

De Ragdoll wordt zo genoemd omdat - naar men zegt - het dier zich makkelijk als een lappenpop laat meeslepen ze ontspannen zich makkelijk als ze worden opgetild. Daarnaast krabben katten van dit ras niet makkelijk als ze zich in een vervelende situatie bevinden en laten veelal alles lijdzaam over zich heen laten komen. Hun tolerantie is zeer groot. Er wordt beweerd dat Ragdoll katten geen pijn voelen, dit berust uiteraard op een fabeltje!